Direct naar de inhoud
Home NRG

Onafhankelijke gids voor energiezuinig wonen in Nederland

Woning verduurzamen

Werken bestaande radiatoren met een warmtepomp?

Je hoeft bestaande radiatoren niet automatisch te vervangen als je een warmtepomp overweegt. Doorslaggevend is of ze, samen met de isolatie van je woning, genoeg warmte afgeven bij een lagere watertemperatuur.

Door Daan Verhoeven · · 6 min leestijd

Witte paneelradiator onder vensterbank in woonkamer, planten en zacht daglicht

Je cv-ketel krijgt de woonkamer warm, maar dat bewijst nog niet dat dezelfde radiatoren ook geschikt zijn voor een warmtepomp. Die verwarmt het water doorgaans minder heet, waardoor radiatoren minder warmte kunnen afgeven. Dat verschil merk je vooral op koude dagen en in kamers die snel afkoelen.

Je kunt de geschiktheid eerst thuis ervaren met een tijdelijke comforttest. Voor een beslissing over de installatie zijn daarnaast de warmtevraag per kamer en het vermogen van de radiatoren bij lage temperatuur van belang. Zo zie je of je huidige afgiftesysteem volstaat, waar een aanpassing nodig is en welke gegevens je vooraf wilt laten controleren.

Kunnen je radiatoren genoeg warmte afgeven?

Radiatoren zijn het afgiftesysteem: ze brengen de warmte uit het verwarmingswater over naar de kamers. Een warmtepomp werkt meestal met een lagere watertemperatuur dan een cv-ketel. Milieu Centraal noemt voor een hybride warmtepomp ongeveer 30 tot 55 °C, tegenover 60 tot 80 °C voor een ketel die op een gebruikelijke hogere temperatuur staat ingesteld. Bij lagere watertemperatuur geeft dezelfde radiator minder warmte af. Of die afgifte nog volstaat, hangt onder meer af van de grootte en uitvoering van de radiator en van de warmte die de kamer verliest. Volgens Milieu Centraal over radiatoren bij een hybride warmtepomp kunnen bestaande radiatoren vaak blijven, als ze groot genoeg zijn om bij die lagere temperatuur voldoende warmte af te geven.

Een radiator met één paneel is niet automatisch ongeschikt, net zomin als een grote radiator automatisch voldoende is. Het relevante gegeven is het vermogen dat de radiator kan afgeven bij de temperatuur waarop de warmtepomp naar verwachting draait. Een radiatorvermogen dat alleen geldt bij hoge aanvoer- en retourtemperaturen zegt dus niet rechtstreeks hoeveel warmte je ervan mag verwachten in een lage-temperatuursysteem. Vraag bij een beoordeling om de gebruikte uitgangspunten te zien.

Ook telt mee hoe warm je iedere ruimte wilt hebben. Een woonkamer die op temperatuur blijft, zegt weinig over een slaapkamer, werkkamer of badkamer met een andere radiator, andere isolatie of andere warmtevraag. De woning als geheel kan dus niet altijd met één ja-of-nee-uitkomst worden beoordeeld.

Waarom is een berekening per kamer nuttig?

Een afgifteberekening vergelijkt per ruimte de benodigde warmte met de warmte die het aanwezige afgiftesysteem onder de beoogde omstandigheden kan leveren. De benodigde warmte hangt samen met warmteverlies via onder meer dak, gevel, vloer, ramen en ventilatie. De beschikbare afgifte hangt onder andere samen met type en afmetingen van de radiator en de temperaturen van het water.

Laat daarom niet alleen het totale vermogen van de warmtepomp noemen, maar vraag ook hoe de geschiktheid van de radiatoren is beoordeeld. Een bruikbare uitwerking laat zien welke ruimtes zijn meegenomen, welke gewenste binnentemperatuur is gebruikt en welke aanvoer- en retourtemperatuur als uitgangspunt dienen. Zo wordt zichtbaar waar de berekende afgifte ruim genoeg is en waar een tekort kan ontstaan. RVO beschrijft dat een warmtepomp doorgaans met verwarmingstemperaturen van maximaal 45 tot 55 °C werkt, tegenover 60 tot 80 °C bij een cv-ketel, en dat de woning en het afgiftesysteem daarop moeten aansluiten. Zie RVO’s uitleg over de temperatuur van een warmtepomp.

Vraag ook of de beoordeling rekening houdt met de koudere omstandigheden waarvoor de installatie bedoeld is. Een systeem kan op een zachte dag voldoende warmte leveren, maar op een koude dag tekortschieten. De berekening moet duidelijk maken of dat in jouw woning kan gebeuren en wat er dan gebeurt: blijft de kamer comfortabel, springt een ketel bij of is een aanpassing van het afgiftesysteem nodig?

Wat zegt een comforttest met 50 graden?

Met een tijdelijke test kun je ervaren hoe je woning reageert op lagere watertemperatuur voordat je een installatie kiest. Milieu Centraal adviseert bij de Verwarmingstest om tijdens een geschikte koude periode de temperatuur van het cv-verwarmingswater op 50 °C te zetten en te kijken of de woning comfortabel blijft. De organisatie raadt aan de radiatoren in de ruimtes die je normaal verwarmt open te draaien en tijdens de test weinig of geen nachtverlaging toe te passen, omdat het huis bij lagere temperatuur langzamer opwarmt. Lees de aanwijzingen in de uitleg van Milieu Centraal over de Verwarmingstest voordat je de instellingen verandert.

Let tijdens de test niet alleen op de thermostaat in de woonkamer. Noteer per dag of de gewenste temperatuur wordt bereikt, hoe lang dat duurt en of bepaalde kamers merkbaar achterblijven. Schrijf ook op of de warmte gelijkmatig aanvoelt en of je de thermostaat of radiatorkranen anders moet instellen om het comfortabel te houden. De test is informatie over jouw woning en gebruik, geen berekening van het radiatorvermogen en geen garantie voor prestaties bij elk weertype.

Verander alleen de instelling voor het verwarmingswater. Tapwater is het water uit de kraan en douche; dat heeft een andere functie en temperatuurinstelling. Volg de handleiding van je ketel en de testinstructies. Als de ketel snel aan en uit gaat of de woning oncomfortabel koud wordt, beëindig de test en zet de instelling terug. Bij een installatie met stadsverwarming of een regeling waarbij je de temperatuur niet zelf kunt aanpassen, is deze keteltest niet zomaar toepasbaar.

Welke aanpassingen zijn er als een kamer niet warm wordt?

Als een ruimte bij lagere watertemperatuur onvoldoende warmte krijgt, onderzoek dan eerst waarom. Mogelijk verliest de kamer veel warmte, is de radiator relatief klein of past de waterverdeling niet goed bij de behoefte. Isolatie verbeteren kan de warmtevraag verminderen; dat kan de bestaande radiator bruikbaarder maken. Een grotere of dikkere radiator, of een radiatorventilator, kan in sommige situaties de warmteafgifte verbeteren. Welke maatregel passend is, moet blijken uit de berekening en de ruimte zelf.

Maak bij voorkeur onderscheid tussen een tekort in één kamer en een tekort in de hele woning. Eén koude kamer kan een plaatselijke aanpassing vragen; als meerdere ruimtes tekortkomen, kan de isolatie, de totale afgiftecapaciteit of het ontwerp van de installatie nader onderzoek nodig hebben. Laat ook controleren of de radiatoren en leidingen goed functioneren en of het water goed door het systeem stroomt. Een installatie die niet goed is afgesteld, geeft geen betrouwbare proef van wat het systeem kan.

Vraag vóór een beslissing om de berekening opnieuw te bekijken met de voorgestelde aanpassingen erin. Zo kun je zien of de radiator daarna voldoende vermogen levert en of de gekozen warmtepomp niet op een ongunstige aanvoertemperatuur hoeft te draaien. Warmtepompen gebruiken bij lagere watertemperaturen minder elektrische energie voor dezelfde hoeveelheid warmte, aldus RVO; het is daarom relevant om te weten welke watertemperatuur het ontwerp nodig heeft.

Hoe pak je de keuze stap voor stap aan?

Begin met de uitgangssituatie. Noteer welke kamers je verwarmt, welke radiatoren daar hangen en of er kamers zijn die nu al moeilijk op temperatuur komen. Verzamel ook informatie over isolatie en ventilatie. Je kunt de verschillende maatregelen en hun volgorde naast elkaar zetten met de woning verduurzamen en maatregelen afwegen.

Doe vervolgens, als jouw cv-installatie daarvoor geschikt is, de comforttest volgens de actuele instructies. Houd bij hoe de woning zich gedraagt en verander tijdens de test niet meerdere instellingen tegelijk. Bespreek daarna je waarnemingen met een installateur en vraag om een berekening van de warmtevraag en radiatorafgifte per ruimte bij de beoogde watertemperatuur. Laat de voorgestelde oplossingen voor kamers met een tekort concreet opnemen, zodat je niet op basis van een algemene aanname radiatoren vervangt.

Vergelijk daarna de opties op hun werking in jouw woning. Bij een hybride warmtepomp kan de cv-ketel bijspringen wanneer de warmtepomp alleen de benodigde warmte niet levert. Bij een volledig elektrische warmtepomp moet het ontwerp de warmtevraag voor ruimteverwarming kunnen dekken zonder die ketel. De geschiktheid van radiatoren is dus belangrijk, maar bepaalt niet in zijn eentje welk systeem bij je woning past.

Vraag ten slotte hoe warm tapwater wordt geregeld. Dat is een andere functie dan de radiatoren voor ruimteverwarming. Bij een volledig elektrische installatie kan daarvoor een voorraadvat nodig zijn; de keuze voor warm tapwater staat los van de berekening van de radiatorafgifte. Meer over die afzonderlijke keuze lees je bij een boiler voor warm tapwater kiezen.

Hoe controleer je het resultaat na aanpassing?

Controleer na installatie of de ruimten die je verwarmt de afgesproken temperatuur halen, ook wanneer het buiten kouder is. Geef het systeem voldoende tijd om op te warmen: verwarmen met lagere watertemperatuur reageert doorgaans trager dan verwarmen met een ketel op hoge temperatuur. Houd per kamer bij hoe de temperatuur zich ontwikkelt en noteer wanneer een ketel bijspringt, als je een hybride systeem hebt.

Vergelijk die ervaring met de ontwerpuitgangspunten: de berekende warmtevraag, de afgifte per radiator en de gekozen watertemperatuur. Blijkt een kamer structureel achter te blijven, vraag dan om een controle van de instellingen, waterverdeling en radiatorcapaciteit voordat je concludeert dat de warmtepomp zelf tekortschiet. Zo toets je comfort en werking aan de berekening, in plaats van alleen aan het gevoel op één zachte dag.

Veelgestelde vragen

Moeten alle radiatoren vervangen worden voor een warmtepomp?

Nee. Bestaande radiatoren kunnen bruikbaar zijn als ze genoeg warmte afgeven bij de lagere watertemperatuur. Dat hangt af van hun afmetingen en uitvoering, de warmtevraag van de ruimte en de isolatie. Soms zijn aanpassingen alleen nodig in enkele kamers. Laat daarom per ruimte beoordelen of het radiatorvermogen past bij de berekende warmtevraag, in plaats van vooraf alle radiatoren te vervangen.

Is een geslaagde test met 50 graden voldoende om een warmtepomp te kiezen?

Nee. De test geeft praktische informatie over comfort bij een lagere aanvoertemperatuur, maar vervangt geen berekening van de warmtevraag en het benodigde vermogen per ruimte. Ook je gebruik, de warmwaterbereiding en de keuze tussen een hybride en volledig elektrische installatie spelen mee. Gebruik de test dus als eerste aanwijzing en bespreek de uitkomst en berekeningen samen met een installateur.

Kan een hybride warmtepomp met bestaande radiatoren werken?

Dat kan, mits de radiatoren genoeg warmte afgeven voor het grootste deel van de verwarmingsvraag. Bij een hybride systeem blijft de cv-ketel beschikbaar om bij te springen wanneer de warmtepomp de warmte niet alleen kan leveren. Dat kan comfort ondersteunen, maar betekent ook dat de ketel gas blijft gebruiken. De verwachte inzet van beide toestellen hoort daarom bij de beoordeling.

In de rubriek Woning verduurzamen